Hardlopen

Heb je dat ook wel eens: dan zie je mensen op televisie, in een actiefilm of zo heel hard weg rennen. En dan blijven ze maar rennen. Niet zo zachtjes maar gewoon heel hard! En dan springen ze ondertussen over obstakels en van tevoren zijn ze al beschoten of ligt er een lichaamsdeel af of uit. En maar rennen! Dan word ik zo jaloers hè. Dat wil ik nu ook. De hele dag rennen zonder moe te worden. In gedachten kan ik dat dan ook: van een duin af rennen tot aan de zee of meedoen met een marathon of van hier naar het dorp rennen en terug. Met de boodschappentas mee natuurlijk. Of samen met de honden rennen, tien kilometer lang! En in gedachten word ik niet moe en gaat het heel soepeltjes. Net als in de film. Ik zou dat zó graag willen. Helaas is de werkelijkheid keihard. Vooral ’s morgens als ik naar de ezelstal loop, gewoon lóóp, en dan 20 meter lichtjes heuvel op moet. Dan ben ik kapot! Later op de dag gaat dat een stuk beter. Kortom het wordt weer tijd om mijn hardloopschoenen op te poetsen en weer aan de slag te gaan. Ik ben heel listig want alleen ga ik het niet redden. Dus maak ik Peterl slachtoffer van mijn niet aflatende getherapeutiseer en bedissel dat hij wat meer donder in zijn kont moet krijgen, peper in zijn reet en dies meer. Het klopt natuurlijk ook. Het is een sladood van de eerste orde. En hij kan wel wat aktie in zijn leven gebruiken. We zetten dat in een leuk kader waarbij “je eigen ritme zoeken” en “vooral met jezelf bezig zijn” en  “het niet voortdurend anderen naar de zin maken”,  voorop staan. Vervolgens stappen we in de auto en rijden naar het meertje in het dorp. Dat is lekker plat. Van huis uit moet je of stijl naar beneden (en dus weer omhoog) of stijl omhoog en ook weer naar beneden. Niet leuk.

In gedachten zie ik mezelf nog steeds lekker doorstappen alsof ik een veertje ben en na de verplichte opwarming en uitleg  ga ik dan ook vol goede moed van start. …

Je snapt het al: na enkele meters voel ik al meteen dat dit niet lang gaat duren en dat de pijn snel toe zal slaan. Dat gebeurt dan ook. Het kader, bedoelt voor Peter, gaat meteen over mezelf, doe een paar tandjes terug en met een slakkengang slof ik mijn rondjes. Na vier rondjes vind ik het mooi geweest. Gelukkig heeft Peter het na 2 rondjes al voor gezien gehouden. Dat sterkt enorm mijn ego. Oude vrouw tegen jonge god. Bovendien geeft het me handvaten (ik ben nog niet van de handvatten) om mijn getherapeutiseer verder uit te werken. Altijd  fijn als het niet over jezelf gaat. Grenzen verleggen jongen! Volgende keer een rondje erbij pakken! Over een paar weken haalt hij me in. Dat weet ik zeker. Ik draai namelijk al jaren stationair. Er zit geen vooruitgang in.

De laatste keer dat we liepen was ik zo gemotiveerd dat ik er ook nog wel een yoga sessie met de wii juf achteraan wilde plakken. Sindsdien ben ik kreupel. Ik heb een best wel vervelende hamstring blessure opgelopen. Ik kan mijn been niet meer optillen en naar de ezelstal lopen is een ramp. Veel smeren met warmte crème en rekken en strekken verzacht het enigszins. Vandaag was ik voor het eerst weer een beetje te pas, loopsgewijs dan en mochten de ezels er weer eens aan geloven. Peter mee natuurlijk want ook dat kan ik mooi therapeutiseren en in kaders plaatsen. De jongen moet leren communiceren en in contact blijven. Geef hem een van mijn ezels en zeker weten dat je dan alle zeilen bij moet zetten om te voorkomen dat ze d’r eigen gang niet gaan. En daar kan je dan op gaan zitten wachten. Waarschuwen helpt niet en op een gegeven moment schrikt Keesje ergens van. En omdat Peter toch niet zo zit op te letten is dat een mooi excuus om er vandoor te rennen. We doen nog een halfslachtige poging om haar terug te krijgen, Paquito is al niet meer te houden en dan besluiten we maar om ze beide te laten gaan. Het schouwspel dat je dan ziet is om jaloers te worden: twee ezels rennen achter elkaar de heuvels af naar de verte over de volgende heuvel uit het zicht en Bridjo rent er vrolijk achteraan alsof het allemaal geen enkele moeite kost. Ze rennen maar door en door tot het einde van de wereld, hoofd in de wind, frisse lucht opsnuivend. Keesje heeft het touw nog om haar benen bungelen maar dat lijkt haar niet te deren. Ze rent voorop. Bridjo rent ook nog een sprintje terug naar ons om aan te geven waar de ezels naartoe zijn gegaan om ze dan in vliegende vaart weer op stang te jagen. Met heel veel geduld en vooral veel wortels zijn Pietje en Keesje wel weer te lijmen, uiteindelijk gaan ze altijd ergens staan eten. Mijn hamstrings zijn weer volop aan het protesteren.

15-10-2009

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.