34 – Paquito op stok

Paquito zocht al dagen naar Indy de kip. Dit keer was hij nog maar net op weg om te gaan zoeken, toen hij de eerste aanwijzing al vond. Er stond een grote pijl in het gras getekend met daaronder de tekst: Indy.

– Dat wordt een makkie, bromde Paquito verheugd. Zodra hij over de weg begon te twijfelen, zag hij alweer een nieuwe pijl en zo ging het maar door tot het avond werd en hij weer terug bij de boom op de heuvel was.

– Hoe was het met Indy? Vroeg tante Noor, meer uit beleefdheid dan uit belangstelling.

– Ik kon haar niet vinden mopperde Paquito. Ik heb alle pijlen gevolgd maar uiteindelijk kwam  ik weer hier terug.

– Ik denk dat ze je een beetje plaagt. Na die opmerking vond tante Noor het wel welletjes en sloot de conversatie af met een vredig gesnurk.

Paquito besloot tot de volgende dag te wachten met zijn zoektocht en schurkte zich tegen tante Noor aan, die daar een beetje van brommen moest.

– Gezellig, zuchtte Paquito en viel in slaap.

Bij het krieken van de dag begon Paquito weer met zijn zoektocht. Deze keer liepen de pijlen duidelijk anders. Hij maakte een lange tocht over de weiden en naar de andere kant van de heuvel. Telkens vond hij nieuwe aanwijzingen en dieren die hem de weg wezen.

– Hier moet je links, snuffelde de mol die het idee had dat hij het vreemde dier met die grote oren ergens van kennen moest.

De worm wees hem na een tijdje weer naar links en Hummes de Haas rende voor hem uit, zwevend over de velden naar de horizon. Toen Paquito wakker werd, stond hij weer onder de boom op de heuvel naast tante Noor.

– Ik denk dat ze je een beetje plaagt, zuchtte ze weer en sloot haar ogen om verder te dutten.

De volgende dag besloot Paquito zijn strategie aan te passen. Hij bleef zitten waar hij zat en verroerde zich niet. Dat duurde zo een halve dag en net toen hij kramp begon te krijgen kwam Indy aan gefladderd.

– Waar blijf je nou? Je moet wel meespelen hoor, anders vind ik er niks aan, kakelde ze opgewekt en een beetje verbolgen ook.

– Ik heb gewonnen antwoordde Paquito, ik heb je nu gevonden en nu mag ik zeggen wat ik wil.

Daar moest Indy even over nadenken maar knikte toen van ja.

– Ik wil bij jou blijven logeren zei Paquito na een korte denkpauze.

Indy keek bedenkelijk.

– Dat zal niet meevallen want ik ben niet erg groot behuisd maar met een beetje passen en meten moet het lukken.

Samen huppelden ze in de richting van het kippenhok. De Flierefloeper stond in de deur opening te wachten.

– He, kom jij ook logeren, sprak Paquito verbaasd?

– Ik woon hier, tenminste zo lang ik weet heb ik altijd bij Indy gelogeerd op één keer na, toen jij op mij paste. Op de één of andere manier klonk dat wel logisch.

Gedrieën kropen ze het hok in. Indy voorop, dan Paquito en de Flierefloeper als laatste. Net toen Paquito zijn hoofd en schouders door de deur had gestoken bleef hij vast zitten.

– Help, kreunde hij, ik zit vast. Mijn buik is te dik.

– Houd je adem in riep Indy

– Het helpt niet! Ik ben gewoon te dik!

De Flierefloeper liet zich dat niet zeggen.

– Als ik duw en Indy trekt en jij je adem inhoudt, dan moet het zeker lukken piepte hij.

Zo gezegd zo gedaan. Indy trok uit alle macht en zette haar tenen vast in het stro van het hok. Paquito hield net zo lang zijn adem in tot hij sterretjes begon te zien en de Flierefloeper scheurde bijna uit zijn vel van het duwen. Maar er kwam schot in en voor ze het wisten rolden ze gedrieën het hok in. Net op tijd voor het donker.

– Geen tijd meer voor kletspraatjes sprak Indy snel. We moeten naar bed!

– Hè jammer! klaagde Paquito die zich verheugd had op een kussengevecht en spannende verhalen. Nu al?

– Het is donker antwoordde Indy. Als we nu niet gaan slapen dan zien we het nooit meer dag worden. Vlug fladderde ze omhoog en ging op een stok zitten. De Flierefloeper sprong er achteraan en zette zich naast Indy neer.

Ze begonnen bijna te snurken toen Paquito een beetje verbouwereerd zuchtte:

– Ik zie geen bed. Waar moet ik slapen?

– Kom er maar bij zuchtte Indy. Als wij opschuiven is er genoeg plek.

Daar moest Paquito even over nadenken maar toen, met een flinke sprong, zat hij pardoes naast de Flierefloeper op de stok. Ze deinden nog lichtjes na.

– Welterusten, sprak Indy

– Welterusten, sprak de Flierefloeper

– Welterusten zuchtte Paquito.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *