Katten

Soms moet je gewoon even extra je best doen. Dan zou je het gespuis wel achter het behang kunnen plakken maar vaak werkt het omgekeerde dan even wat beter. Vandaag is zo’n dag. Het ligt ongetwijfeld volledig aan mezelf. Zo was ik namelijk gisteren even bij de buren. Tutje moest ook mee want Tutje had al een paar weken geleden gebedeld om een katje. Zo gaat dat hier nu altijd. Alsof we nog geen beesten genoeg hebben. Katten zijn trouwens wel low maintenance. Dat is misschien ook maar een visie trouwens. Dus ik verbeter: Ik vind katten low maintenance. En eigenlijk kunnen we er best een katertje bij gebruiken. De harem is namelijk al compleet. We hadden al bijna een katertje erbij gehad een jaartje geleden maar toen stond alles hier zo op de helling dat we er maar van af hebben gezien.

En dan ben je eigenlijk gewoon weer een softie en laat je je meeslepen door de romantische bril van Tutje die over twee maanden verdwenen is en dan zit je er zelf weer mee de komende 20 jaar. En de buren zijn een onuitputtelijke bron van nieuw broedsel dat anders een gewisse dood zal sterven. Als je vraagt: en hebben jullie nog een konijntje voor ons? Dan krijg je ze gelijk mee. Voor honden is het een slappe periode want Kitty heeft er de brui aangegeven wat betreft zwangerschappen. Maar katten zijn er nog in overvloed en laat het nu toevallig net de kitten-tijd zijn. Ja hoor katjes zijn er wel maar die pluizebollen lopen over zolder waar je niet rechtop kunt staan. Ze drinken nog bij de moeder maar als ze oud genoeg zijn worden ze gevangen. Zo wie zo worden ze gevangen want anders is er over een paar jaar een kattenplaag en zijn de kuikens hun leven niet meer zeker. En dus waren er van de week twee katjes gevangen. In een enorme kooi zaten in een heel ver hoekje twee doodsbange marmotjes. Een wit-grijze en een wit-rode. Als een speer hadden we alle kattenbenodigdheden van zolder geplukt. Het is een wonder hoeveel een mens dan nog heeft. Zelfs een heuse krabpaal. De beestjes oogden nog geen vier weken maar schijn kan bedriegen. Twee magere scharminkeltjes waren plots ons deel. Inmiddels zijn ze, een week later, helemaal gewend, niet meer bang en laten zich heerlijk knuffelen. Nog nooit hadden we zulke lieve katjes. Maar vijf is echt de limiet. Deze monstertjes zijn al een week groot gebracht met echt vlees en kippennekken en zalm. Net als de honden en ze likken hun snorrebaardjes er bij af. Dit kan zo niet doorgaan natuurlijk. Over een aantal weken moeten ze zelf de kost gaan zoeken in de vorm van muizen en domme vogeltjes en dan voer ik ze hooguit bij om ze hier te houden. Het zijn een broer en zus en ze heten dan ook Broer en Zus.

13-06-2010

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *