24 – Paquito verstopt

– Joehoe Paquito waar ben je? Juffrouw Bridjo was al de hele ochtend op zoek naar haar ezelvriendje maar niemand wist waar hij was. Ze riep voortdurend zijn naam en zocht overal maar nergens kon ze hem vinden. Zo’n ezel kon zich toch niet eeuwig verborgen houden? Vroeg of laat zou hij tevoorschijn komen. Dat wist ze heel zeker. Daarom riep ze nog eens heel hard en daarna heel zacht voor het geval hij heel dichtbij zou zijn.

Plotseling zag ze twee oren boven het gras uitsteken. Ze wezen alle twee haar kant op.

– Dag oren, zei ze zachtjes met haar neus tegen de rand, weten jullie waar Paquito is? De oren schudden van nee en toen ze even verder keek, zag juffrouw Bridjo dat het de nieuwe oren van de flierefloeper waren.

– Dag flierefloeper hoe bevallen je oren?

– Goed hoor, knikte de flierefloeper

– En weet jij ook waar Paquito is?

– Jawel, knikte de flierefloeper opnieuw en hij wees met zijn oren in de richting van het hoge gras en daar tussen de hoge halmen, zag juffrouw Bridjo ineens nóg een paar oren. Met een paar sprongen was ze erbij.

– Dag andere oren, fluisterde ze zachtjes. Zijn júllie soms van Paquito?

Heel zachtjes piepten de oren van ja.

– Kunnen jullie me dan ook zeggen waar hij is?

De oren weifelden even en na een klein kuchje zeiden ze: Kom maar tevoorschijn!

En even later kwam er een klein frommeltje onder de oren vandaan.

– Ik heb me in mezelf gekeerd en nu weet ik niet meer hoe ik er uit moet komen! Ik schaam me helemaal te pletter dus ik heb me maar verstopt. Het was niet de bedoeling dat je me zou vinden.

Er was niet meer zoveel over van Paquito. Binnenste buiten gekeerd lag hij als een zielig hoopje in het gras.

– Ik kan niet eens meer eten verzuchtte hij want mijn mond zit van binnen.

Juffrouw Bridjo besnuffelde het vreemde geval, dat claimde Paquito te zijn, eens goed.

– Je klinkt als Paquito, zei ze weifelend, en je ruikt ook als Paquito. Maar je ziet er uit als een onderzeeboot.

– Dat kan goed zijn zei Paquito, het voelt ook net zo ook al weet ik niet wat het is.

– Je moet er weer uit besloot juffrouw Bridjo na een tijdje. Je kunt niet voor altijd onderzeeboot blijven. Je moet weer gewoon ezel worden. Je moet het alleen wel willen. Je moet het echt heel graag willen.

Paquito dacht een tijdje na.

– Ik wil het zei hij toen. Ik wil het heel graag. Net zo graag als u het wilt.

– Dat kan niet antwoordde juffrouw Bridjo kortdaad want ik wil het grager dan jij.

– Dan wil ik het ook zo graag piepte Paquito

– Dat kan niet mopperde juffrouw Bridjo nog een keer want ik wil het veel grager en dan nog veel meer grager dan jij.

– Raar woord zei Paquito toen maar om er vanaf te zijn: grager.

– Dat is waar, het is een raar woord. Weet je wat ook een raar woord is: buitenstebinnen!

– Ja, en opsekop en bibbus en nieuwdinges!

Juffrouw Bridjo kon haar lachen niet  meer inhouden en omdat juffrouw Bridjo zo lachte, kon Paquito niet achter blijven. Samen bulderden ze van de lach door het hoge gras en dat kietelde zo erg, dat hij van de weeromstuit weer buitenstebuiten schoot. Of was het nou binnenstebinnen?

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *